stapeltjes geldmunten en een winkelkarretje met geldbiljetten

Oorverdovende stilte over perverse effecten indexering

Opinie van Geert Janssens (De Tijd, 26 juli 2023)

De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) heeft berekend dat van alle rijke landen de koopkracht in België er vorig jaar het meeste op is vooruitgegaan. Hoewel dat klinkt als goed nieuws, is een gevaarlijke keer­zijde onderbelicht gebleven. Door de automa­tische loonindexering steeg de koopkracht vooral bij de inkomensgroepen die ze het minste nodig hadden, ten koste van onze concurrentiekracht.

Bluts met de buil

Het is niet de bedoeling hier de automatische indexering op zich aan te vallen. Dat in de eurozone behalve België alleen Cyprus, Malta en Luxemburg zo’n systeem hebben, is bijzonder. Dat stemt een kritische denker tot voorzichtigheid. Waarom zou een kleine open economie als de onze zich zo’n systeem kunnen permit­teren? We weten uit het verleden dat de index niet zonder gevaar is voor onze concurrentiekracht. Net daarom werd het systeem al een paar keer hervormd.

Dankzij de indexering was onze economie beter in staat schokken op te vangen. De index fungeert als een buffer, waarbij je de bluts met de buil moet nemen. De index was ook in de huidige crisis een belangrijk wapen om de economie te beschermen tegen een grote externe schok. Anderhalf jaar na de inval van Rusland in Oekraïne stellen we vast dat de Belgische economie de energieschok vrij goed lijkt te hebben verteerd. Onze economie deed het de voorbije kwartalen beter dan die in de rest van de eurozone. Na aftrek van de inflatie stegen de reële lonen vorig jaar met 2,9 procent. In slechts vier van 33 landen klommen de lonen sneller dan de inflatie. In alle andere landen nam de koopkracht af.

De stijging van de inkomens dankzij de index was groter dan het verlies aan inkomen ten gevolge van de hogere energieprijzen.

Overcompensatie

Enkele studies van de KU Leuven hebben het afgelopen jaar aangetoond dat het effect van de automatische loonindexering naar volume belangrijker was dan de koopkracht ondersteunende maatregelen van de regering. De uitbreiding en de verlenging van het sociaal tarief voor de lagere inkomens was logischerwijs van groot belang. Onthutsend was evenwel de vaststelling dat het indexeringsmechanisme vooral de hogere inkomens ten goede is gekomen. Dat is geen verrassing. Iedereen zag van ver aankomen dat een index in procenten vooral de hogere inkomens helpt. Dat ging zo goed dat de hoogste inkomensschijven werden overgecompenseerd. De stijging van de inkomens dankzij de index was groter dan het verlies aan inkomen ten gevolge van de hogere energieprijzen.

Dat zou meer aandacht moeten krijgen. De bedrijven betalen de indexering van de lonen. Die factuur is voor veel kmo’s een zware dobber. De lessen uit de jaren 70 en 80 leren dat de indexering de concurrentiekracht van de hele economie aantast. Zeker als de kosten in een land sneller stijgen dan bij de buren en de belangrijkste handelspartners. Die lessen hebben in het verleden geleid tot een bijsturing van het indexeringsmechanisme. Eerst met de invoering van de gezondheidsindex, zodat volatiele olieproducten, tabak en alcohol eruit werden gehaald, nadien met de invoering van een gewogen gemiddelde van de jongste vier maanden.

De lessen uit de jaren 70 en 80 leren dat de indexering de concurrentiekracht van de hele economie aantast.

De gezondheidsindex bevat evenwel nog altijd de volatiele gas- en elektriciteitsprijzen. Die zijn er het voorbije anderhalf jaar niet uit­gehaald. Evenmin was er animo om de indexering tijdelijk om te zetten naar centen in plaats van procenten. Dat had kunnen voorkomen dat hogere inkomens verdienden aan de crisis. Hun indexering zou zijn afgetopt als we de index (tijdelijk) hadden hervormd naar centen. Sommige bedrijven hebben gekozen voor een de-indexering vanaf een bepaald loonniveau, maar dat waren uitzonderingen.

En nu?

Dat het al die tijd oorverdovend stil is gebleven over de perverse effecten van de automa­tische loonindexering zou ons moeten verbazen. Hoe gaan we daarmee verder? Zijn sociale partners en politici bereid het voorbije anderhalf jaar te evalueren? Is het ergste van de energiecrisis voorbij? Misschien, maar de effecten op de gezondheid en het concurrentievermogen van de bedrijven komen nu pas naar boven. Een nieuwe opstoot van inflatie ten ge­volge van geopolitieke spanningen is niet uitgesloten.

Dat de opeenvolgende indexeringsrondes ertoe hebben geleid dat de beter presterende elementen in onze economie een keer werden beloond, is geen goed argument. Daarvoor is een fiscale hervorming een beter instrument. Maar ook hier mist ons land de moed om evidente hervormingen bespreekbaar te maken.