De return van maatwerk
Al vijfentwintig jaar werken teams van maatwerkbedrijf Aarova nauw samen met werknemers van regulier bedrijf Argent Alu. In de reguliere economie zouden die teams het moeilijk hebben. Waarom lukt het zo goed bij Argent Alu?
Het antwoord kregen de aanwezigen op een event voor nieuwe Etion-leden van een panel deskundigen. Gastvrouw Ellen De Vleeschouwer (Aarova), Jeroen Caen (Argent Alu), Lieven Bossuyt (Lichtwerk) en Petra Van Poucke (Provincie Oost-Vlaanderen) wezen op verschillende factoren.
Ellen De Vleeschouwer herinnerde eraan dat maatwerkbedrijven mensen tewerkstellen met een afstand tot de reguliere arbeidsmarkt. Die ‘afstand’ heeft dikwijls te maken met fysieke, psychologische en contextuele factoren. “Armoede bijvoorbeeld kan het mensen moeilijk maken om aan het werk te gaan en te blijven. Voor hen faciliteren we werk op drie manieren. Bij Argent Alu bijvoorbeeld hebben we twee teams die we integreren in het bedrijf. Een tweede type tewerkstelling gebeurt bij ons in huis op ons machinepark. Ten slotte hebben we ons restaurant en onze cateringactiviteit. We werken daar bijvoorbeeld met chef-koks die ook maatwerkcoaches zijn.”
Technologie
Soms kan maatwerk dus bij reguliere bedrijven, in ‘enclave’. Eén succesfactor daarbij is alvast technologie. In het panel vertelt Lieven Bossuyt van Lichtwerk cvba hoe zijn organisatie processen analyseert en ondersteunt met ‘Augmented Reality’-oplossingen. Denk aan projectietechnologie in combinatie met 3D-camera’s en sensoren om werkinstructies te geven op een interactieve manier.
Bij Argent Alu werken enclaves al 25 jaar erg goed, zo getuigde zijn Aarova-klant Jeroen Caen. Hij is technical manager bij Argent Alu, een bedrijf dat spuitgietstukken maakt met een 35 werknemers. “Gemiddeld verrichten een 15-tal mensen van Aarova dagelijks nabewerkingen op die stukken. Het gaat om werk dat onze eigen mensen niet kunnen en al zeker niet op een rendabele manier.”
Kwaliteit en flexibiliteit
Tegelijk speelt Lichtwerk ook in op snelle evoluties. Lieven Bossuyt: “Organisaties automatiseren steeds meer, maar er blijft toch veel werk over dat te complex is voor automatisering, of dat nog in doorontwikkeling en dus nog niet rijp is voor automatisering. Dankzij onze systemen kunnen operatoren zonder vooropleiding snel een nieuw en complex proces uitvoeren, en bovendien foutloos. Dat geeft niet alleen kwaliteit, maar maakt werknemers ook fier.” Ter illustratie herinnert Lieven Bossuyt aan de oorsprong van de vandaag alomtegenwoordige elektrische tandenbostel: “Initieel werd die ontworpen voor mensen met een fysieke beperking. Dat geeft praktisch nut, schone tanden, maar ook waardigheid: je eigen tanden nog kunnen poetsen.”
Je ziet dat operatoren groeien en zich nuttig en betrokken voelen. Hun werkplezier kan onze ‘eigen’ werknemers ook inspireren.
Een ander aspect is de flexibiliteit van de ondersteuning. Voor sommigen zal maximale steun altijd nodig zijn, maar in andere gevallen kan die dienen als opleidingsopstap. Lieven Bossuyt: “Bovendien kan de ondersteuning breder gaan dan het louter cognitieve. Bijvoorbeeld voor iemand die beperkt is in de fijne motoriek. Of om over te schakelen naar een volgende generatie van een toestel, bijvoorbeeld doordat onderdelen nu veel fijner moeten worden verlijmd. Dan kan het proces worden aangepast terwijl de medewerker toch centraal blijft. Het IKEA-effect blijft belangrijk: wie een bouwpakket zelf realiseert, voelt zich meer verantwoordelijk en deelt in het eigenaarschap. Dat geldt voor operatoren, maar ook voor instructeurs. Die laatsten leren zelf instructies opstellen, waardoor klanten volledig zelfstandig kunnen werken.”
Lees het volledige artikel in het decembernummer van Ondernemen.