Geert Janssens en Rudy Aernoudt
19 juni 2026

We hebben nood aan een China-strategie

Geert Janssens en Rudy Aernoudt begeleidden een Etion-reis naar China in het voorjaar van 2026 en bereiden een tweede reis voor dit najaar. Ze trekken alvast een aantal conclusies na de eerste editie.

Staatsdirigisme en concurrentie

Een eerste conclusie betreft de kern van het succes van het Chinese model. Geert Janssens stelt vast dat de Chinese economie twee krachten combineert die niet verzoenbaar lijken. Enerzijds is er een sterk dirigerende overheid die snel beslist, strategische sectoren ondersteunt en op lange termijn denkt. Anderzijds organiseert die overheid een harde interne concurrentie tussen ondernemingen, met een sterke focus op efficiëntie, schaal en technologische vooruitgang.

Dat model is niet perfect, maar het werkt. En hoe. Geert Janssens: “Door die combinatie kent China een industriële ontwikkeling op een schaal en met een snelheid die in Europa nauwelijks nog denkbaar is.” Bedrijven als BYD, Xiaomi, Huawei, CATL, XPeng, DJI en UBTECH zijn technologisch ambitieus, maar vertalen die innovatie bovendien snel naar een industriële praktijk en kwaliteit. Zij zorgen voor economische kracht door ideeën, onderzoek en kapitaal snel om te zetten in producten, infrastructuur, productie en marktaandeel.

Subsidies

Moeten we dan concluderen dat centrale planning vanuit de overheid met steun aan strategische sectoren superieur is aan een systeem dat de vrije markt laat spelen? Geert Janssens: “China combineert strategische sturing met een concurrentieel ecosysteem waarin bedrijven worden gedwongen om sterker, sneller en robuuster te worden. Chinese steunmaatregelen dienen niet om zwakke spelers artificieel in leven te houden. Maar het maakt de sterkste bedrijven nog sterker, desnoods door concurrentie te organiseren. Dat levert soms overcapaciteit en inefficiënties op, maar het creëert tegelijk ook een enorme dynamiek van selectie, schaalvergroting en leereffecten.” Zo kent China een automobielsector die hypercompetitief is. Rudy Aernoudt: “Naar schatting zullen er van de 120 Chinese automerken een tiental de concurrentiestrijd overleven; ‘cut-throat competition’ noemen ze dat.”

Moge de beste winnen

En ja, China werkt met subsidies. Maar niet zoals Europeanen. Rudy Aernoudt: “Bij ons houden subsidies vaak bestaande structuren in stand, zonder echte impact op productiviteit of groei. Maar in China krijgen privébedrijven pas subsidies als ze beter presteren dan de verwachtingen en de vooropgestelde doelstellingen.”

Geert Janssens illustreert aan de hand van elektrische mobiliteit en batterijtechnologie. “Waar Europa nog droomt van energietransitie, hebben Chinese spelers al een volledig ecosysteem uitgebouwd: van grondstoffen en batterijen tot software, voertuigproductie en digitale integratie. BYD laat zien hoe verticale integratie een structureel kosten- en snelheidsvoordeel oplevert. CATL bevestigt dan weer hoe centraal China staat in de energietransitie. Xiaomi, WeRide en XPeng tonen hoe technologiebedrijven in recordtijd kunnen opschalen naar industriële productie en hoe mobiliteit steeds meer een softwaregedreven platform wordt. Wat wij daar zagen, was geen toekomstmuziek. Het was operationele realiteit. Hetzelfde geldt voor robotica, automatisering en artificiële intelligentie.”

De Chinese economie combineert twee krachten die niet verzoenbaar lijken. (Geert Janssens)

Een ander aspect is de snelheid, zo onthoudt Rudy Aernoudt: “De snelheid in China is veel hoger dan in Europa, zowel qua beslissen als daadwerkelijk uitvoeren. Kijk naar Xiaomi, ooit begonnen als producent van smartphones. Xiaomi zag meer toekomst op de automarkt. Tussen een strategisch besluit en de eerste wagen die van de band rolde, zaten amper veertien maanden. In Europa neemt het vaak jaren in beslag om de nodige vergunningen rond te krijgen, laat staan een volledige productielijn operationeel te maken.”

Ondernemende ambtenaren

Rudy Aernoudt wijst ook op de heel specifieke rol van Chinese ambtenaren. “Chinese ambtenaren worden beoordeeld op hun bijdrage aan economische activiteit. Ze hebben daarvoor KPI’s en ze krijgen zelfs bonussen als ze investeringen naar China halen en ervoor zorgen dat ze snel investeren, produceren, exporteren en omzet maken. Ze sporen ondernemers aan die niet snel genoeg hun dossiers indienen. Alle gronden waarop fabrieken worden gebouwd, worden in concessie gegeven. Ambtenaren maken er immers een erezaak van om razendsnel vergunningen af te leveren. Ambtenaren zijn dus ondernemend en partners van kmo’s en ondernemers. Hun gedrevenheid valt op.”

Proeftuinen

De overheid creëert proeftuinen met een afgebakend speelveld, zoals bijvoorbeeld voor zelfrijdende auto’s. De regels zijn niet heel gedetailleerd en concurrenten kunnen daar experimenteren. “Wij zijn daar rondgereden door een zelfrijdende auto zonder nog iemand achter het stuur, tegen tot 100 km per uur”, zo beleefde Geert Janssens: “Zijn ongelukken denkbaar? Ja natuurlijk, maar ze schatten het risico datagedreven in en wat leren statistieken? Systemen zijn blijkbaar veiliger zijn dan een menselijke chauffeur. Maar Europeanen kunnen die onzekerheid niet aan, overreguleren en lopen binnen de kortste keren vast. Ik denk dat de doorbaak bij ons er pas zal komen zodra een verzekering duurder wordt voor wie zelf rijdt dan voor een zelfrijdende auto.”

Lees hieronder het volledige artikel in het juninummer van Ondernemen.

Alle info over de China-reis in oktober vind je hier. 

geopolitiek
China
wereldhandel

Auteur