Van Hormuz tot Malakka en de machines van ASML: knooppunten als wapen
De voorbije week lanceerde de Indonesische minister Dr. Purbaya het idee om tol te heffen in de Straat van Malakka. Het bleek maar een proefballonnetje, iets dat wel vaker gebeurt in de Indonesische politiek. Nochtans had de Indonesische president Prabowo Subianto op 8 april, in een speech voor ministers en ambtenaren, ook al de Straat van Malakka vergeleken met de Straat van Hormuz. En in 1988 sloot Indonesië - tegen de UNCLOS-wetgeving - al de Straat van Sunda en Lombok, twee andere belangrijke zee-engtes, voor militaire oefeningen.
Indonesië is zich dus bewust van de macht die het heeft door zijn strategische ligging aan een belangrijk economisch knooppunt. De Straat van Malakka is misschien wel de belangrijkste maritieme flessenhals ter wereld. Ongeveer 25 procent van het globale maritieme transport passeert deze smalle strook water tussen Indonesië en Maleisië. Voor China is het een existentiële kwestie: bijna 90 procent van de Chinese olie-import stroomt door dit kanaal. In Washington spreekt men openlijk over het 'Malakka-dilemma': de Amerikaanse marine zou, in het geval van een conflict over Taiwan, dit knelpunt kunnen afsluiten om de Chinese economie te verstikken.
Van globalisering naar economische machtsstrijd
Toen het containerschip Ever Given in 2021 vast kwam te liggen in het Suez-Kanaal werden we ons terug bewust van onze afhankelijkheid van een klein aantal belangrijke maritieme knooppunten in de wereldhandel. De voorbije weken gebeurde dat nog eens in de Perzische Golf. De Straat van Hormuz staat al lang op de geopolitieke risicokaarten. Dat is waarschijnlijk ook één van de redenen waarom eerdere Amerikaanse presidenten weigerachtig stonden tegenover een militair conflict met Iran. Vandaag is het voor Iran (veel meer dan zijn nucleaire programma) de belangrijkste hefboom om de VS tot onderhandelen te dwingen.
Landen die de controle hebben over bepaalde belangrijke knelpunten in de economie kunnen deze gebruiken om andere landen strategisch onder druk te zetten. Dit is een belangrijke verschuiving van de wereld van de hyperglobalisering van de jaren ’90 en begin jaren 2000. Toen werd de vrije maritieme doorgang gegarandeerd en konden bedrijven zich in hun zoektocht naar efficiëntie over de hele wereld verspreiden om de goedkoopste grondstoffen, productiekrachten en de meest lucratieve markten te bereiken.
De knelpunten zijn echter altijd blijven bestaan en vandaag worden ze opnieuw meer en meer gebruikt. Dat gebeurt bij de grote maritieme knelpunten - de nauwe zee-engtes - maar los daarvan zijn er heel wat andere knelpunten in de internationale stromen van goederen en geld.
Economische stromen als wapen
In mijn boek Markt onder Vuur beschrijf ik hoe deze maritieme knelpunten slechts het topje van de ijsberg zijn. We zien een bredere trend waarbij elke stroom als wapen kan ingezet worden voor politieke doeleinden.
Kijk maar naar de financiële stromen. De dominantie van de dollar in het financiële systeem wordt door de VS gebruikt om landen onder druk te zetten. Landen werden geheel (Iran) of gedeeltelijk (Rusland) afgekoppeld van SWIFT, het in België gevestigde communicatiesysteem van de banken. Zo werd het onmogelijk gemaakt om nog legale handel te voeren. Vorige week hield de VS nog een verscheping van dollars naar de Iraakse Centrale Bank tegen om het land onder druk te zetten in zijn oorlog tegen Iran. Toen Iran jaren geleden met Obama ging onderhandelen was dat omdat de financiële sancties zo’n tol eisten voor de economie.
China gebruikt dan weer toegang tot zijn markt om andere landen onder druk te zetten wanneer zij politieke standpunten innemen die Peking niet aanstaan. Vraag dat maar aan Litouwse exporteurs of Australische wijnboeren. Markttoegang is geen recht meer, maar een gunst die op elk moment kan worden ingetrokken. Dat is trouwens ook wat de Verenigde Staten vandaag doen met hun wispelturige handelstarieven.
De prijs van weerbaarheid in een nieuwe wereldorde
Nog geraffineerder zijn de knelpunten in de technologie en de toeleveringsketens. De controle over de meest geavanceerde halfgeleiders en de machines om ze te maken, zoals die van het Nederlandse ASML, is de nieuwe frontlinie van de economische oorlog. Via exportcontroles proberen de VS en hun bondgenoten de technologische opmars van China te stuiten.
Dit heeft verstrekkende gevolgen voor de maatschappij. Bedrijven kunnen niet enkel meer focussen op efficiëntie maar moeten ook de weerbaarheid van hun hele economische keten meenemen in hun plannen. Een focus op just-in-time is niet meer voldoende, je moet ook denken aan just-in-case. Dit zal de economie minder efficiënt maken. Dat zien we bijvoorbeeld bij de globale microchipproductie. Die is nu grotendeels geconcentreerd in Taiwan omdat dit enorme schaalvoordelen oplevert. Maar nu worden er in bijvoorbeeld de VS ook gelijkaardige fabrieken gebouwd die veel minder efficiënt zullen zijn, maar die de VS wel weerbaarder maken. Volgens Morris Chang, de oprichter van TSMC - de grootste wereldwijde chipproducent, zou de productiekost van geavanceerde microchips in de VS 50 tot 100% duurder zijn dan in Taiwan. Weerbaarheid zal dus geld kosten in de vorm van overheidssubsidies en/of hogere prijzen.
We bevinden ons in een overgangsperiode waarin de 'logica van de markt' steeds vaker moet wijken voor de 'logica van de macht'.
We leven in de laatste dagen van het globaliseringstijdperk. De droom van een grenzeloze wereldmarkt waarin geopolitiek slechts een voetnoot was, wordt elke dag opnieuw verder afgebroken. We bevinden ons in een overgangsperiode waarin de 'logica van de markt' steeds vaker moet wijken voor de 'logica van de macht'.
Dit stelt niet alleen regeringen, maar ook bedrijven en burgers voor enorme uitdagingen. Geopolitiek risico is geen abstract gebeuren meer voor specialisten in denktanks en geopolitieke nerds zoals ik. Iedereen zal de impact ervan voelen in de prijs van zijn smartphone, de beschikbaarheid van medicijnen en de energierekening.