Geniaal als je geluk hebt
We bewonderen visionairs alsof hun succes het resultaat is van pure genialiteit. Maar wat als geluk een veel grotere rol speelt dan we denken?
Tijdens WO II adviseerde statisticus Abraham Wald de Britse regering over het versterken van gevechtsvliegtuigen. Ze wilden extra pantser toevoegen op de plekken die vaak geraakt werden, maar dat zou een vergissing zijn: die kogelgaten zaten enkel op de vliegtuigen die terugkeerden. Toestellen die elders getroffen waren, kwamen niet terug. Dat is overlevingsbias: je trekt algemene conclusies op basis van een beperkte groep. We kijken alleen naar de winnaars en vergeten de verliezers.
Wellicht speelt dit fenomeen nergens zo hardnekkig als in ons geloof in genieën. Neem Elon Musk. Biograaf Walter Isaacson noemt zijn risicobereidheid uniek. Maar, zoals journaliste Helen Lewis stelt in gesprek met psycholoog Adam Grant, kennen we enkel zijn succesverhaal. Niet de verhalen van de 999 risiconemers die faalden en roemloos ten onder gingen. We noemen mensen als Musk genieën omdat hun extreme ideeën uitkwamen, maar is dat genialiteit of geluk?
Daden van genialiteit
In een onzekere wereld kunnen we de toekomst niet voorspellen, en zelfs de risico’s niet inschatten. Er is een breed spectrum aan mogelijke toekomsten. Alles inzetten op één toekomst is enkel geniaal als je geluk hebt. We schrijven geen biografieën over mislukte visionairs; we zien enkel de teruggekeerde vliegtuigen. Lewis pleit daarom voor een fundamenteel andere kijk op uitzonderlijke prestaties: “Spreek over daden van genialiteit, niet over mensen als genieën.” Dat erkent dat niemand in een vacuüm werkt, dat geluk een cruciale rol speelt en dat één briljante innovatie je niet tot een orakel maakt voor alle domeinen.
We kijken alleen naar de winnaars en vergeten de verliezers
De geschiedenis van Thomas Edison illustreert dit: we herinneren ons hem als de uitvinder van de gloeilamp, maar hij perfectioneerde vooral de productie ervan en legde het elektriciteitsnet aan. Toch labelen we hem als een conceptueel genie, terwijl hij eigenlijk vooral uitblonk in logistiek. Dat geldt ook voor Musk. Hij is vooral succesvol in het herdenken van hoe we ruimtevaart- en wagenonderdelen efficiënter kunnen produceren en gebruiken, niet per se in visionaire ideeën. Maar “een visionair die Mars koloniseert” klinkt aantrekkelijker, en dus tolereren we zijn uitspattingen. Omdat we denken dat genialiteit overdraagbaar is tussen domeinen.
Licentie voor excentriciteit
Het gevaar van het genielabel reikt verder dan een verkeerde attributie. Het creëert wat Lewis een “licensing scheme” voor excentriciteit noemt: we vergeven genieën hun misstappen omdat we denken dat hun vreemdheid bij hun briljantheid hoort. Ook Adam Grant waarschuwt hiervoor: mensen verwarren correlatie met causaliteit. Excentriciteit is niet de oorzaak van succes, maar succes geeft je de vrijheid om excentriek te zijn.
De cultuur rond genialiteit versterkt dit nog. Wie in de nabijheid van een ‘genie’ vertoeft, accepteert soms slecht gedrag om deel uit te maken van iets buitengewoons. Lewis vernoemt Picasso’s vrienden die zijn wreedheden tolereerden.
Wat is het alternatief?
Erken dat uitzonderlijke prestaties een mix zijn van talent, hard werk, timing en vaak geluk. En dat verhalen over genieën meer mythe zijn dan biografie. Stop met het zoeken naar succesformules in de biografieën van winnaars. Want voor elke Musk zijn er honderden risiconemers met even radicale ideeën die verloren. Hun vliegtuigen keerden niet terug. We tellen hun kogelgaten niet. Misschien is het tijd om dat wel te doen.