silhouet van een tank voor een achtergrond met stapel muntstukken en de Europese sterren
18 Jul 2025

Europa heeft een economisch defensiepact nodig

Als je iemand anders geen pijn kunt doen, heb je geen soevereiniteit. In een tijd waarin liberale waarden onder druk staan en autocraten wereldwijd aan invloed winnen, moeten we die realiteit erkennen. Wie niet kan dreigen, wordt niet serieus genomen. In een wereld waarin pure machtsverhoudingen allesbepalend worden, bestaat er geen nationale soevereiniteit als je die als land — of continent — niet zelf kunt verdedigen. Dat weergalmt in de woorden van de Franse president Emmanuel Macron, deze week: “Om vrij te zijn, moet je gevreesd worden. En om gevreesd te worden, moet je sterk zijn.”

Macht is de capaciteit om druk uit te oefenen, economisch of militair, en de bereidheid om die capaciteit in te zetten. Als je dat niet wilt — en de ander weet dat — dan is je dreiging waardeloos. Dat is het dilemma waarin Europa zich bevindt. We hebben onszelf decennialang voorgehouden dat soft power, economische integratie en multilaterale diplomatie volstonden om onze belangen te beschermen. De Russische invasie van Oekraïne, China’s assertieve opstelling en de onvoorspelbaarheid van de Amerikaanse president hebben die illusie definitief doorgeprikt.

Op het militaire vlak is de situatie zorgwekkend. Europa beschikt over onvoldoende slagkracht om grote mogendheden af te schrikken. Terwijl Rusland ondanks zware verliezen in Oekraïne zijn defensie-industrie op volle toeren laat draaien, worstelen Europese landen om hun beloofde verhogingen van defensiebudgetten waar te maken. De recente waarschuwingen van de Navo zijn duidelijk: Europa moet zich voorbereiden op een mogelijk conflict binnen vijf tot tien jaar. Maar defensiecapaciteit opbouwen kost tijd — tijd die we mogelijk niet hebben.

Pijnlijke klappen

Gelukkig beschikken we in Europa over een ander machtsmiddel: onze economie. Met een interne markt van 450 miljoen welvarende consumenten vormen we een economische supermacht. We spelen een centrale rol in wereldwijde toeleveringsketens, van hoogwaardige machines tot farmaceutische producten. Bovendien controleren we cruciale knooppunten in het internationale financiële systeem, zoals het berichtensysteem Swift, dat wereldwijd betalingsverkeer mogelijk maakt.

De sancties tegen Rusland hebben aangetoond dat we die economische macht kunnen inzetten. Russische banken uitsluiten van Swift en de reserves van de Russische centrale bank bevriezen, waren pijnlijke klappen. Maar ze hebben ook de verdeeldheid binnen de EU blootgelegd. De unanimiteitsregel in het EU-buitenlandbeleid betekent dat één land cruciale beslissingen kan blokkeren. Autocratische regimes spelen handig in op die verdeeldheid door bilaterale deals te sluiten of sommige lidstaten te bevoordelen. Dat werd deze week weer duidelijk met de Slovaakse oppositie tegen een nieuw sanctiepakket tegen Rusland. 

Die verdeeldheid ondermijnt onze geloofwaardigheid. Als potentiële tegenstanders weten dat Europa verdeeld is, waarom zouden ze onze dreigingen dan serieus nemen? Als Europa wil overleven in een wereld waarin de geopolitieke logica weer domineert, moeten we ons bewuster worden van de machtsmiddelen waarover we beschikken en bereid zijn die in te zetten. Dat betekent niet dat we agressief moeten worden, wel dat we duidelijke grenzen trekken en bereid zijn actie te ondernemen als die overschreden worden.

Dit is geen pleidooi voor agressie of imperialisme. Het is een oproep tot realisme.

Forse tegenreactie

We moeten ook mechanismen creëren die ons eenheid van commando geven op cruciale beleidsterreinen. Dat kan betekenen dat we afstappen van unanimiteit voor sommige beslissingen, of dat we ‘coalitions of the willing’ vormen die sneller kunnen handelen. De recente discussies over een ‘Europa van twee snelheden’ verdienen in dat licht serieuze overweging.

We hebben een economisch defensiepact nodig. Waarbij een economische aanval op een van de lidstaten automatisch een forse tegenreactie creëert die de aanvaller met zekerheid economische schade toebrengt. 

Meer capaciteit om pijn te doen kan ertoe leiden dat we die capaciteit nooit hoeven te gebruiken. Afschrikking werkt alleen als de dreiging geloofwaardig is. Een verenigd Europa dat zowel economisch als militair sterk staat, hoeft zijn macht mogelijk nooit in te zetten — juist omdat niemand het zal willen uitdagen. 

Dit is geen pleidooi voor agressie of imperialisme. Het is een oproep tot realisme. In een wereld waarin autocraten de dienst uitmaken en het recht van de sterkste weer opgeld doet, kunnen we ons niet langer verschuilen achter nobele principes. We hebben geen keuze, we moeten de taal van de macht leren spreken. Willen we bij de sterken horen, of blijven we lijdzaam toezien hoe anderen over ons lot beslissen?

geopolitiek
Europese Unie
oorlog
maatschappij
beleid

Auteur