Digitaal ontkoppelen: wat zegt de wetenschap?
Eind april 2026 presenteerde een onderzoeksgroep onder leiding van prof. Mariek Vanden Abeele (UGent) de resultaten van een vijfjarig onderzoek naar digitaal welzijn. Aanleiding voor het onderzoek zijn cijfers die wijzen op een groeiend fenomeen van ‘digitale overbelasting’, zowel thuis, op het werk als op school. De 24/7 samenleving geeft velen het gevoel ‘altijd aan’ te moeten staan. Wat kunnen ondernemers en werkgevers leren uit dit onderzoek? We vatten enkele inzichten uit het onderzoek samen met focus op de werkcontext.
Regie
De onderzoekers definiëren digitale ontkoppeling als het bewust beperken van digitale connectiviteit in functie van andere behoeften zoals rust, focus of betere sociale relaties. Een eerste inzicht uit het onderzoek is dan ook dat we niet zozeer ontkoppelen van technologie, maar wel van wat die technologie binnenbrengt: de werkcontext, afleiding, sociale verwachtingen. Digitaal ontkoppelen is in de eerste plaats een individuele keuze om de regie te behouden over die veelheid aan digitale prikkels.
Tegelijk kan de context die individuele keuze om digitaal te ontkoppelen bemoeilijken. Zoals de (impliciete) verwachting om ook beschikbaar te zijn buiten de werkuren of de angst om informatie te missen die het werk (Teams), de school van je kinderen (Smartschool) of je hobbyvereniging of vriendenkring (Whatsapp) langs verschillende digitale kanalen delen. Net zo goed kan digitaal ontkoppelen niet een individuele keuze zijn, maar iets dat situationeel of structureel wordt opgelegd. Zoals het smartphoneverbod in lagere scholen of in steeds meer nachtclubs.
Digitaal ontkoppelen is dus zowel een individuele als collectieve ‘strijd’, aldus het onderzoek. Het vraagt individuele discipline en digitale vaardigheden, maar het vraagt ook een collectieve verantwoordelijkheid. In de werkcontext vormde het recht op deconnectie hier deels een antwoord op. Sinds 1 april 2023 horen alle werkgevers in België die meer dan twintig mensen tewerkstellen, afspraken te maken over digitale bereikbaarheid buiten de werkuren.
Toch is wetgeving alleen niet zaligmakend voor de aanpak van digitale overbelasting. Ten eerste omdat de wet voorschrijft dat er afspraken moeten gemaakt worden en er onder werknemers verschillende houdingen bestaan ten aanzien van digitale bereikbaarheid. In tijden van telewerk en flexibele werkritmes kiezen veel werknemers ervoor om ook buiten de reguliere werkuren ‘online’ actief te zijn. Daarnaast toont het onderzoek dat veel werkenden ook tijdens de werkuren nood hebben aan focustijd en digitale adempauzes.
Balans
Hoe kunnen ondernemingen hierop een antwoord bieden dat de balans houdt tussen productiviteit en digitaal welzijn? In het onderzoek vallen twee belangrijke waarden op: autonomie en participatie. Zowel in de werk- als privécontext stoot harde opgelegde digitale deconnectie vooral op weerstand. Denk aan het verbieden van mailverkeer of het beletten van servertoegang op bepaalde uren. Een gebrek aan autonomie of inspraak werkt contraproductief en voedt een gevoel van wantrouwen. Veel organisaties kiezen daarom voor een zachtere aanpak waarin medewerkers inspraak hebben over de digitale werkcultuur. Bijvoorbeeld dat je wel kan mailen buiten de werkuren maar in die periode geen antwoord mag verwachten. Dat je spaarzaam bent met de cc-functies in e-mail. Of dat je Whatsapp enkel voor informele berichten gebruikt en dat die verjaardagswensen ook persoonlijk kunnen worden verstuurd.
Voor veel zaken is een gezonde omgang met digitalisering vooral een kwestie van dialoog en digitale etiquette met goede afspraken.
Het onderzoek illustreert in feite dat een zorgzame omgang met digitale technologie in de werkcontext ook een vorm van digitale ethiek vraagt. Hoe willen we met elkaar omgaan in een hypergeconnecteerde werkomgeving? Wat vinden we waardevol in de samenwerking en hoe kunnen we onze digitale infrastructuur en cultuur hierop afstemmen? Een deel van die reflectie vraagt strikte regels, zoals een gsm-verbod achter het stuur. Maar voor veel andere zaken is een gezonde omgang met digitalisering vooral een kwestie van dialoog en digitale etiquette met goede afspraken. Sommige bedrijven of scholen verankeren deze in een digicharter of een gedragscode rond digitale ethiek.