Verkiezingen 2019: Naar een (h)echte energiedemocratie

In aanloop naar de verkiezingen schuift ETION enkele beleidsaanbevelingen naar voor. In deze derde bijdrage breken we een lans voor een duurzaam energiebeleid. De Vlaamse overheid moet de weg voor energiecoöperaties vrijmaken door een gelijk speelveld te creëren. In het algemeen moeten overheden hun eigen infrastructuur veel meer openstellen voor groene energie. Ook bedrijven kunnen op die kar springen.

Energiecoöperaties verenigen burgers om hun eigen energievoorziening in handen te nemen. Eigenlijk vragen ze maar één ding: rechtstreekse toegang tot de beschikbare hernieuwbare energiebronnen in hun omgeving. Dat is de normaalste zaak van de wereld want de zon schijnt voor iedereen, zoals ook de wind waait voor groot en klein. Deze natuurlijke rijkdommen zijn een gemeenschappelijk goed dat de lokale gemeenschap ten goede komt, maar dat ook die gemeenschap kan verbinden.

“De overheid moet energiecoöperaties de kans geven om zonne- en windenergie te oogsten in hun eigen omgeving.”

Een meer gelijk speelveld

Het beleid kan daartoe bijdragen door een meer gelijk speelveld te creëren zodat burgerinitiatieven niet benadeeld worden ten opzichte van commerciële marktspelers en energiemultinationals. De Europese richtlijn (2018/2001) ter bevordering van zogenaamde Hernieuwbare Energie Gemeenschappen (HEG’s) en Burger Energie Gemeenschappen (BEG’s) leent zich daartoe uitstekend. Deze richtlijn zou de basis moeten zijn om het Vlaamse energielandschap te hervormen. Bijvoorbeeld, door per decreet vast te leggen dat een bepaald percentage van de omgevingsenergie gereserveerd moet zijn voor de lokale gemeenschap via rechtstreekse burgerparticipatie. Ook het collectief zonnedelen — waarbij mensen samen investeren in een zonneproject en zonnestroom onder elkaar verdelen — moet mogelijk worden gemaakt.

Schaalvergroting

Maar niet alleen de regelgeving moet worden bijgeschaafd. De overheid treedt vaak op als opdrachtgever van energieprojecten. Om te komen tot een verdere schaalvergroting zou men volgende concrete initiatieven kunnen nemen:

  • Overheden kunnen hun eigen publieke en semipublieke gronden benutten voor de ontwikkeling van projecten voor windenergie. Een bepaald percentage burgerparticipatie zou kunnen worden opgenomen in de kwalitatieve gunningscriteria.
  • Publieke en semipublieke daken zouden kunnen worden opengesteld voor het plaatsen van zonnepanelen via burgerenergiecoöperaties.
  • Burgerenergiecoöperaties zouden bij tenders voor offshore windenergie een plaats moeten krijgen.

Ook bedrijven kunnen hun eigen daken of gronden openstellen voor burgercoöperaties. KMO’s kunnen daarbij een goede zaak doen. Ze bouwen op die manier een goede band op met de buurt en krijgen in return een fors lagere energiefactuur (gemiddeld -25%). Tegelijk wordt het bedrijf ‘ontzorgd’: de burgercoöperatie neemt de operationele uitvoering in handen, zowel de investering, plaatsing als exploitatie.

Naar een energiedemocratie

Het is overigens geen toeval dat Europa ons vraagt om hier werk van te maken. HEG’s en BEG’s zijn energiegemeenschappen die lokale actoren samenbrengen en verbinden. Ze zijn gevestigd in de nabijheid van de hernieuwbare energieprojecten en steunen op vrijwillige en open participatie. Ze worden gecontroleerd door aandeelhouders en leden die natuurlijke personen, lokale besturen of gemeenten, kleine ondernemingen of micro-ondernemingen kunnen zijn. Op die wijze ontstaat er een echte en hechte energiedemocratie.

Omdat deze energiecoöperaties in den beginne weinig of geen inkomsten genereren, draaien ze vaak op vrijwilligerswerk en duurt het meestal vrij lang vooraleer ze op een behoorlijke capaciteit draaien. Het enige wat men van de overheid kan verwachten, is dat ze deze initiatieven de kans zou geven om zonne- en windenergie te oogsten in hun eigen omgeving. Daarmee kunnen ze een vliegende start nemen en het vrijwilligersstadium snel overslaan om te komen tot een professionalisering die nodig is om de energietransitie te doen slagen.

Momenteel participeren meer dan 70.000 burgers via burgerenergiecoöperaties voor een bedrag van ongeveer 100 miljoen euro in koolstofarme lokale energievoorziening. Maar dat is slechts een begin. Het is tevens een manier om het belang van kernenergie in onze energiemix te verminderen, waardoor de sluiting van de oudste centrales eindelijk écht kan worden overwogen.