Verkiezingen 2019: Hanteer een beleid van toekomstdenken

In aanloop van de verkiezingen schuift ETION enkele beleidsaanbevelingen naar voor. Het eerste thema betrof ‘principiële politici’, het tweede thema is ‘toekomstdenken’. Daarin pleit onze denktank onder meer voor een beleid vanuit megatrends en de oprichting van een Centrum voor Toekomstdenken.

Elk regeerakkoord is een vorm van vooruitblikken op de toekomst. In een akkoord formuleert een meerderheid immers haar doelstellingen om de uitdagingen van de komende regeerperiode aan te pakken.

Wat een matig van een ambitieus beleid onderscheidt, is niet alleen de kwaliteit van de aangereikte maatregelen, maar ook de termijn en de reikwijdte van die beleidsvisie. Voor dat laatste is een gerichte aanpak van toekomstdenken nodig.

“De politiek heeft nood aan een ruimere horizon dan die van de volgende verkiezingen.”

Megatrends

Zowat alle grote maatschappelijke uitdagingen — klimaat, migratie, digitalisering, vergrijzing, pensioenen, mobiliteit — zijn wat we noemen megatrends. Dat zijn evoluties waarvan de effecten zich uitstrekken over een lange termijn en op grote schaal. De hiermee verbonden uitdagingen – een energietransitie, onderwijshervormingen, stadsplanning, een asielbeleid … – vragen daarom een holistische aanpak. Een aanpak die de duur van de regeerperiode ver overstijgt.

Want megatrends zijn verraderlijk. Hun invloed is groot, maar meestal laat die invloed zich pas echt voelen op de verre termijn. Termijnen die de ontwerpers van regeerakkoorden soms niet persoonlijk zullen meemaken. Het gevolg is dat de sense of urgency om actie te ondernemen wel eens uitblijft. De effecten laten zich nog niet genoeg voelen, waardoor het winnen van de volgende verkiezingen primeert. Dit brengt weinig zoden aan de dijk.

Enkele illustraties

  • Klimaatopwarming. Als we de uitstoot van CO2 niet grondig reduceren stevenen we af op een opwarming van de aarde met meer dan 2° of 3°Celcius, wereldwijd. De gevolgen zijn gekend: smeltende ijskappen, extreme weersomstandigheden, afnemende biodiversiteit en een reëel risico op een diaspora van klimaatvluchtelingen. Die effecten lijken echter nog veraf. De voorspelde opwarming over het jaar 2100. Nog 80 jaar verwijderd dus. Toch moeten we beseffen dat de generatie die het jaar 2100 nog zal meemaken, reeds geboren is. Zeker met een stijgende levensverwachting van meer dan 80 jaar. 2100 veraf? Slechts één mensenleven.
  • Digitalisering. Technologische ontwikkelingen zoals kunstmatige intelligentie, robotica en ‘big data’-technologie evolueren in ijltempo. Robots die deuren openen, auto’s die zichzelf besturen, digitale assistenten die feilloze gesprekken voeren met mensen. De grenzen van de techniek verschuiven dagelijks. Tegelijk verandert technologie de samenleving ingrijpend. Naast fysieke taken kunnen ook steeds meer cognitieve taken geautomatiseerd worden. De arbeidsmarkt van 2050 en de vaardigheden die we dan nog nodig zullen hebben, zullen niet dezelfde zijn als die van 2019. Ook hier is de toekomst minder veraf dan ze lijkt. Wie vandaag geboren werd en nog aan een opleiding moet beginnen, zal pas rond het jaar 2040 de arbeidsmarkt betreden. 2040 begint dus vandaag al in de manier waarop we onze jongste burgers opleiden en vaardigheden bijbrengen.
  • Mobiliteit. Eigen onderzoek toont dat mobiliteit de meeste bepalende omgevingsfactor is voor ondernemers in ons land (ETION-toekomstenquête 2015). Vooral dan het gebrek eraan. Vlaanderen slibt dicht door files, historische lintbebouwing en een groeiend wagenpark. Aanpassingen aan infrastructuur, een slimmer verkeersbeleid en de uitbouw van een performant openbaar vervoer zijn nodig. Het Oosterweeldossier in Antwerpen en de moeizame verbeteringen aan de dienstverlening van de Belgische spoorwegen, illustreren echter hoezeer mobiliteit in ons land een werk van zeer lange adem is. De komst van geautomatiseerd verkeer maakt bovendien dat mobiliteitsinspanningen met vooruitziendheid gepaard moeten gaan. Onderzoekers van het MOBI-instituut van de VUB verwachten de doorbraak van de zelfrijdende wagen tegen 2030 tot 2050. Geteld in de duurtijd van onze grootste infrastructuurprojecten, nauwelijks enkele Oosterweeldossiers ver dus.

Nood aan een ruimere horizon

De langetermijntrends illustreren vooreerst hoe dichtbij de verre toekomst eigenlijk al is. Daarnaast tonen ze de verwevenheid van de grote maatschappelijke uitdagingen. De samenhang tussen technologische innovatie met zowel duurzaamheid, mobiliteit, onderwijs als de arbeidsmarkt is hier een voorbeeld van. Een goed beleid vraagt een coherente visie op lange termijn met beleidsdomein- en niveau-overschrijdende maatregelen op korte termijn.

De politiek heeft daarom nood aan een ruimere horizon dan die van de volgende verkiezingen. Ruimer in twee dimensies. Langer door het formuleren van langetermijndoelstellingen en een tijdspad met gerichte acties voor vandaag, morgen en the day after tomorrow. Een bredere horizon door de uitdagingen over de beleidsdomeinen heen aan te pakken. Dit heeft het bijkomende voordeel dat de hete aardappel bij minder populaire beslissingen — denk bijvoorbeeld aan het invoeren van een vorm van rekeningrijden — niet hoeft doorgeschoven te worden tussen coalitiepartners. Samen uit, samen thuis.

Scenarioanalyse

Een beleid ontwikkelen vanuit megatrends betekent echter nog geen megazekerheid. Megatrends bieden een zekere mate van voorspelbaarheid en robuustheid. Demografische trends zoals vergrijzing veranderen niet zomaar. Tegelijk zijn er veel variabelen die de richting, snelheid en reikwijdte van deze trends kunnen beïnvloeden. De snelheid waarmee innovaties ontwikkeld worden bijvoorbeeld. Of plotse geopolitieke spanningen, die een gezamenlijke aanpak van migratie of klimaatopwarming kunnen ondermijnen. En dan zijn er nog de black swans of onverwachte gebeurtenissen die een kentering teweegbrengen. Denk aan hoe de aanslagen van 9/11 en de economische crisis van 2008 de droom van oneindige groei en ‘het einde van de geschiedenis’ aan diggelen sloeg.

Daarom bevelen we aan om een beleid te enten op scenarioanalyses van de megatrends. Zoals scenario’s die uitgaan van weinig veranderingen op de arbeidsmarkt versus een disruptieve arbeidsmarkt onder invloed van digitalisering. Scenario’s die uitgaan van een geglobaliseerde aanpak van de klimaatopwarming versus stand-alone scenario’s waarbij het ieder voor zich is. Het spreekt voor zich dat dergelijke scenario’s zorgvuldig moeten uitgewerkt worden op basis van expertise uit verschillende kennisdomeinen. De overheid kan en moet hier een faciliterende rol in spelen. De toekomstgerichte attitude van de Visie 2050 strategie van de Vlaamse overheid verdient navolging op alle niveaus.

Aanbevelingen ten aanzien van een toekomstgericht beleid voor België na 26 mei 2019

  1. Investeer in de oprichting van een Centrum voor Toekomstdenken dat een beleidsomkaderende en adviserende rol kan spelen ten aanzien van alle beleidsniveaus.
  2. Laat een set van megatrends en evoluties definiëren die bepalend zullen zijn voor de toekomst van Vlaanderen, België en Europa. De thema’s van dit memorandum en bestaande internationale trendrapporten kunnen hiervoor een leidraad zijn.
  3. Stel per megatrend een pool van experten samen die de recentste ontwikkelingen en data over deze trends kunnen samenbrengen en in een duidelijke verhaallijn kunnen gieten.
  4. Faciliteer per megatrend een reeks van beleidsniveau-overstijgende scenario-oefeningen waarin experten en beleidsmakers een set van toekomstscenario’s uitwerken.
  5. Definieer voor elk scenario de prioritaire doelstellingen, een tijdspad en de actiepunten per beleidsniveau.
  6. Evalueer jaarlijks in welke mate het beleid de recentste scenario-ontwikkelingen volgt. Stuur bij waar nodig.
  7. Hanteer als overheid een attitude van toekomstdenken en denk vooruit op veranderingen in plaats van een reactief beleid te voeren dat de feiten achterna holt.

Lees ook 'Verkiezingen 2019 – Gezocht: principiële politici'