Schoolverlatersrapport 2019

Auteur: 
Partner

Elk jaar volgt VDAB schoolverlaters in hun zoektocht naar werk. De resultaten van dat onderzoek worden gebundeld in het schoolverlatersrapport, dat je vindt op vdab.be/trends. We geven je hier alvast de belangrijkste tendensen mee.

In 2017 verlieten maar liefst 72.776 jongeren in Vlaanderen de school. Een jaar later is 8,9% of 6.483 van deze schoolverlaters op zoek naar werk. Voor het vijfde jaar op rij daalt dit werkzoekenden-aandeel: van 13,0% in 2013 naar 8,9% in 2018.

"Wat opvalt in het rapport is dat meisjes en jongens grotendeels verschillende, vrij traditionele STEM-studiekeuzes (blijven) maken."

Ongekwalificeerde schoolverlaters

Ongekwalificeerde schoolverlaters zijn jongeren die de school verlaten met maximaal een getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs. Na een sterke daling van het aandeel ongekwalificeerde schoolverlaters tussen 2011 en 2014, stijgt het aandeel voor het tweede jaar op rij van 7,8% in 2015 naar 9,2% in 2017. Concreet gaat het om 6.720 schoolverlaters.

Ook op deze groep heeft de aanwakkerende economie een positieve impact: vergeleken met het vorige rapport daalt het aandeel werkzoekende schoolverlaters van 32% naar 27,6%. Ondanks deze daling blijft het een hoog percentage, dat we nauwlettend in de gaten houden. Vooral de schoolverlaters, die maximaal een getuigschrift van de eerste graad secundair onderwijs (Max. SO1) behaalden, vragen extra aandacht. 40% van deze schoolverlaters is nog steeds werkzoekend na één jaar.

Werkervaring werkt

Niet alleen een kwalificatie zoals een diploma, maar ook het kunnen aantonen van degelijke werkervaring is waardevol op de arbeidsmarkt. Dat blijkt uit het relatief lage aantal werkzoekenden bij schoolverlaters uit de Leertijd (9,3%).

De Leertijd zet sterk in op duaal leren en dat is een grote troef. Enkel jongeren die een leerovereenkomst met een bedrijf hebben, kunnen starten in de Leertijd. Dit garandeert dat alle leerlingen naast een dag theoretische opleiding ook vier dagen per week meedraaien op de werkvloer en zo het vak al doende leren. Ervaring op de werkvloer versterkt de schoolverlaters in hun zoektocht naar werk.

Een specialisatiejaar loont

Op het niveau van beroeps- en technisch secundair onderwijs (BSO en TSO) blijken de leerlingen die een specialisatiejaar volgen het sterkst te staan in hun zoektocht naar werk. Op BSO-niveau spreken we van een 7de jaar, op TSO-niveau van een Se-n-Se (secundair na secundair). Zo’n specialisatiejaar is sterk gericht op de praktijk en het leren op de werkvloer. Hierdoor zijn leerlingen beter voorbereid op de arbeidsmarkt en daalt de kans om een jaar na schoolverlaten nog werkzoekend te zijn (14,8% na 6 jaar BSO t.o.v. 8,7% na 7 jaar BSO; 9,4% na 6 jaar TSO t.o.v. 5,5% na 7 jaar TSO).

Hoe hoger geschoold, hoe lager het werkzoekendenaandeel

Van alle schoolverlaters die in 2017 ongekwalificeerd de arbeidsmarkt betraden, was 27,6% na een jaar werkzoekend. Schoolverlaters die een beroepskwalificatie behaalden via Leren & Werken (al dan niet gecombineerd met een algemene onderwijskwalificatie) behaalden een jaar later een gemiddeld werkzoekendenaandeel van 17,2%. Als de schoolverlater een getuigschrift of diploma secundair onderwijs op zak had, daalde het aandeel werkzoekenden verder naar 9,3%. Schoolverlaters met een hoger diploma haalden gemiddeld het laagste werkzoekendenaandeel: 3,5%.

STEM-opleidingen

Wat opvalt in het rapport is dat meisjes en jongens grotendeels verschillende, vrij traditionele STEM-studiekeuzes (blijven) maken. Jongens kiezen vaker voor de ‘hardere’ STEM-opleidingen zoals ‘Industriële elektriciteit’ (BSO), ‘Elektrische installatietechnieken’ (TSO), ‘Toegepaste informatica’ (PBA) en ‘Industriële wetenschappen: elektromechanica’ (MAS). Meisjes geven vaker de voorkeur aan STEM-opleidingen waarin gezondheidszorg en creativiteit een belangrijke rol spelen, zoals ‘Decoratie en restauratie schilderwerk’ (BSO), ‘Farmaceutisch-technisch assistent’ (TSO), ‘Biomedische laborato-riumtechnologie’ (PBA), ‘Interieurvormgeving’ (PBA), ‘Farmaceutische zorg’ (MAS) en ‘Architectuur’ (MAS).

Hoe hoger het studieniveau, hoe groter het aandeel vrouwelijke STEM-schoolverlaters (t.o.v. mannelijke schoolverlaters). Het aandeel vrouwen in STEM stijgt van 3% in BSO, over 12% in TSO en 25% in PBA, naar 38% bij de masters.

Hoewel niet elke STEM-opleiding garant staat voor een vlotte intrede op de arbeidsmarkt (alles hangt af van het studieniveau en de gevolgde studierichting), kunnen we globaal stellen dat STEM-schoolverlaters vlot doorstromen naar de arbeidsmarkt, zeker wanneer ze een hogere opleiding hebben gevolgd.

ZORG-opleidingen

Het aandeel ZORG-schoolverlaters neemt de laatste jaren geleidelijk aan toe. Met de groeiende vraag naar zorgprofielen vinden de ZORG-schoolverlaters globaal gezien ook vlot aansluiting met de arbeidsmarkt, Zeker de studierichtingen met opleidingen tot knelpuntberoepen doen het zeer goed. Voorbeelden zijn ‘Verpleegkunde’ (HBO5/PBA/MAS) en ‘Thuis- en bejaardenzorg’ (BSO).

Overige opleidingen

Niet iedereen wil of kan een STEM- of ZORG-beroep uitoefenen. Bijna de helft van de schoolverlaters heeft interesses die elders liggen en kiest opleidingen als ‘Hotelonthaal’ (BSO), ‘Integrale veiligheid’ (TSO), ‘Journalistiek’ (PBA/MAS) of ‘Geschiedenis’ (MAS). Net als bij STEM- en ZORG-opleidingen biedt de ene opleiding wat meer mogelijkheden op de arbeidsmarkt dan de andere.

Meer info op vdab.be/trends.