Productiviteitsparadox

De afgelopen zomer was heel wat te doen rond een aantal aanbevelingen van de OESO. Uitganspunt was onze slabakkende productiviteitsgroei. De bezorgdheid is terecht, maar productiviteit blijft een zeer abstract begrip. Met ons hoogtechnologisch productieapparaat hebben we hier in Vlaanderen nochtans alle kansen om onze productiviteit, en dus ook onze welvaartsgroei, fors op te krikken.

‘Ik zie overal computers, behalve in de statistieken over productiviteit’. Wist Robert Solow veel dat hij met deze uitspraak uit 1987 de zogenaamde productiviteitsparadox in het leven riep. Tot op heden blijft het vraagstuk van de Nobelprijswinnaar Economie onopgehelderd. Merkwaardig want een quote van een andere Nobelprijswinnaar, Paul Krugman, beklemtoont de relevantie van het concept: ‘Productiviteit is niet alles maar toch bijna alles.’ De groei van de rijkdom in een land is inderdaad niets meer of minder dan de evolutie van de productiviteit. Het niet kunnen ontcijferen van zo’n belangrijke paradox is en blijft dan ook een pijnpunt in de economische wetenschap.

Handboekenproductiviteit

De voorbije decennia werden veel pogingen tot opheldering ondernomen. Vaak genoemde verklaringen hebben betrekking op het beperkte aandeel van computers en ICT in het geheel van de investeringen in onze economie, alsook de spectaculaire daling van de prijs van rekenkracht. Maar dat laatste zou evengoed hebben kunnen leiden tot een snellere groei en zichtbaarheid van productiviteit in de statistieken.

Relevanter is dat het effect van ICT en technologie in heel wat sectoren zeer gebrekkig wordt gemeten. Hoe meet je het resultaat van automatisering van administratieve processen? Welke waarde kleef je op kwaliteitsverbeteringen in auto’s of elektronische apparaten? In het algemeen meet handboekenproductiviteit veel te weinig wat we echt belangrijk vinden, zoals kwaliteit van leven en welzijn.

Maar ook die handboekenproductiviteit zou binnenkort best kunnen stijgen. Een vergelijking met elektriciteit tijdens de tweede industriële revolutie, onder meer door de netwerkkarakteristieken, dringt zich op. Het heeft meerdere decennia geduurd vooraleer de introductie van elektriciteit heeft geleid tot meetbare productiviteitsgroei. Hoewel de vergelijking op vele vlakken mank loopt, is het duidelijk dat we van de huidige golf van technologische verandering nog maar het allerprilste begin hebben gezien. Daarnaast oogt de breedte van de toepassingen indrukwekkend. Geen enkele sector blijft gespaard. Zelfs de landbouw ondergaat een nieuwe revolutie met de inzet van drones en big data.

“Of de metingen rond productiviteit nu kloppen of niet, we staan aan de vooravond van een veelbelovende industriële revolutie.”

Mogelijkheden voor het grijpen

Dit alles betekent niet dat de aanbevelingen van de OESO overbodig zijn geweest. Alle rijke landen kennen momenteel een productiviteitscrisis en het is daarom des te belangrijker om ons klaar te stomen voor wat komt. Of de metingen rond productiviteit nu kloppen of niet, we staan aan de vooravond van een veelbelovende industriële revolutie. Om daarvan de vruchten ten volle te plukken, moeten we werk maken van hervormingen die concurrentie aanzwengelt en innovatieve geesten wakker schudt.

Ook in Vlaanderen is er te veel corporatisme, beschermende regelgeving en verkeerd georiënteerde subsidiëring. Nochtans mochten we deze zomer met Collibra en Combell twee ‘Unicorns’ verwelkomen. Dat zijn bedrijven met een omzet van meer dan 1 miljard dollar. Het bewijst andermaal dat ook bij ons de mogelijkheden voor het grijpen liggen.