Minder materialisme dankzij meer welvaart

Doordenker van Geert Janssens (Ondernemen, juni 2021)

Het Westerse materialisme steekt tegenwoordig schril af tegenover de veel krachtigere Aziatische variant. Recent onderzoek toont aan dat de materiële context er sterk toe doet. Voor iemand die leeft in een land met minder economische vrijheid en rijkdom heeft het verwerven van materiële welvaart een hogere prioriteit dan voor wie leeft in een land van overvloed.

De geschiedenis van het kapitalisme wijst op een sterke positieve relatie tussen economische vrijheid, ondernemerschap en welvaartscreatie. Het empirisch bewijs koppelt economische groei aan meer welzijn in de vorm van een rechtvaardigere samenleving met respect voor mensenrechten, een hogere levensverwachting en een hogere geletterdheid.

Schaduwkanten

Uiteraard heeft ons welvaartsmodel een aantal stevige schaduwkanten. De coronacrisis leert dat mentaal welzijn minstens evenveel aandacht verdient. En we weten reeds langer dat een (te) ongelijke verdeling van materiële welvaart het geluksgevoel onderuithaalt. De coronacrisis duwt hier de slinger naar de verkeerde kant. Verder moeten we beseffen dat mensen niet oneindig gelukkig kunnen worden. Inkomen kan in theorie blijven stijgen, maar het ware geluk schuilt in de kleine dingen des levens. Een laatste bedenking is dat ons Westers welvaartsmodel een aantal kosten niet in rekening brengt. Pandemieën en de klimaatopwarming zijn wat dat betreft zeer actuele en nefaste voorbeelden.

Back to the future

Een recent en meer subtiel inzicht is dat materiële welvaart niet noodzakelijk leidt tot een samenleving met meer hebzucht of een grotere materialistische ingesteldheid. Die vaststelling volgt uit onderzoek dat data van het ‘Economic Freedom of the World’-project, de Wereldbank en de ‘World Values Surveys’ samenbrengt. Wanneer je landen over een langere periode met elkaar vergelijkt, correleert een hogere welvaart per capita zelfs met minder materialisme. Voor veel waarnemers is dit tegendraads maar wie reeds veel bezit, wil niet noodzakelijk nog veel meer bezitten (individuele uitzonderingen daar gelaten).

“Wanneer je landen over een langere periode met elkaar vergelijkt, correleert een hogere welvaart per capita met minder materialisme.”

De maatschappelijke context doet er ook toe. Om die stelling volledig te begrijpen, moeten we beseffen dat voor ons hier in West-Europa vandaag alles heel evident is geworden. Zelfs in deze coronatijden hebben de meesten onder ons materieel gezien weinig te klagen. De doorsnee-Aziaat daarentegen komt van heel ver. Het nationaal inkomen per capita in China bedraagt vandaag ongeveer 20.000 dollar. Dat is zo ongeveer het niveau van Portugal en Griekenland begin jaren zeventig en drie en half keer minder dan wat de gemiddelde Amerikaan vandaag mag verwachten. Bovendien is die welvaart zeer ongelijk verdeeld en is dat gemiddelde dus niet representatief.

Aziatisch materialisme

De honger naar meer welvaart en groei in China en bij uitbreiding Azië kan je beter plaatsen wanneer je die context in rekening brengt. In een land met minder economische vrijheid heeft het verwerven van meer materiële welvaart een andere betekenis. Wie vertoeft in een minder vertrouwensvolle omgeving verliest tijd, heeft hogere transactiekosten en zal meer energie moeten steken in het opbouwen en veiligstellen van de eigen materiële welvaart. De grote drang naar materialisme is een logische en rati-onele reactie op een minder gunstig werkkader. Daar zal de coronacrisis weinig aan veranderen, integendeel.