Groei en winst dankzij werknemers die mede-eigenaar zijn van hun bedrijf

Auteur: 
De Tijd

Opiniebijdrage van Geert Janssens (De Tijd, 27 februari 2015)

Over enkele jaren komt 10 procent van de welvaart in het Verenigd Koninkrijk van bedrijven die mede-eigendom zijn van de werknemers. Ook bij ons kan het model interessant zijn, als het administratieve en fiscale kader gunstiger wordt.

Stel, u bent bedrijfsleider. Morgenochtend gaat u aan de slag en u stelt iets merkwaardigs vast. Uw medewerkers gedragen zich uitermate constructief en zijn supergemotiveerd. Ze denken mee in functie van het resultaat, willen anticiperen op alle mogelijke problemen en proberen zo veel mogelijk collega’s te enthousiasmeren voor het bereiken van het gemeenschappelijk doel.

Dat is ook logisch. Ze zijn immers mede-eigenaar. Ze nemen deel in de winst van het boekjaar en bezitten elk een klein aandeel in het kapitaal. Dat is niet alleen leuk voor u als bedrijfsleider, maar ook voor de werknemers zelf. Mensen voelen zich veel meer betrokken en de medeverantwoordelijkheid tilt hen naar een hoger niveau. Het gevolg is een hogere productiviteitsgroei en winst.

Verenigd Koninkrijk

Het klinkt als een sprookje, maar het is niet denkbeeldig. Momenteel is ongeveer 3 procent van het aandelenkapitaal van Europese bedrijven in handen van werknemers. Het gaat om een bedrag van meer dan 250 miljard euro. Het participatieland bij uitstek is het Verenigd Koninkrijk. Daar wordt over enkele jaren 10 procent van de welvaart geproduceerd door bedrijven die mede-eigendom zijn van de werknemers. Dat is goed nieuws voor zowel de groei als de productiviteit van de Britse economie. Waarnemers menen bovendien dat bedrijven door de inspraak beter in staat zijn om te denken op lange termijn.

Het voorbeeld van het Verenigd Koninkrijk is niet uniek. Frankrijk en de VS zijn vanouds participatieve voortrekkers. In Duitsland krijgt financiële participatie pas sinds kort meer voet aan de grond, maar is beleidsdeelname - via de befaamde Mitbestimmung - reeds decennialang een hoeksteen van het Rijnlandmodel.

Omslachtig

Uit de internationale voorbeelden leren we dat participatie ontstaat vanuit een specifieke context. Mede-eigenaarschap van werknemers vraagt om een specifieke cultuur van openheid en inspraak. Succesvolle participatieve modellen zijn vaak het resultaat van een lange evolutie. Ze ontstaan soms ook uit noodzaak. Bijvoorbeeld als het een kwestie is van overleven en vers kapitaal nodig is om een nakend faillissement af te wenden. Of als opvolgingsproblemen het voortbestaan bedreigen.

Welke ook de achtergronden, voor een substantieel deel van onze bedrijven kan participatie een elegante oplossing aanreiken. Helaas blijft het administratieve en fiscale kader in ons land ongunstig. De regels zijn omslachtig. Een werknemer die participeert in de winst of de aandelen van zijn werkgever, blijft voor de fiscus een werknemer. Een statuut van aandeelhouder is hem of haar niet gegund.

Niettemin was er zes jaar geleden een klein lichtpuntje. De niet-recurrente resultaatsgebonden bonus gaf bedrijven de mogelijkheid medewerkers op een fiscaal vriendelijke wijze te laten deelnemen in het resultaat. Voorwaarde is het bereiken van een collectieve doelstelling. De maatregel werd een groot succes, maar niet wegens de participatieve gedachte. Tot nu toe was de beweegreden vooral fiscaal. Misschien is het moment gekomen om de bonusregeling verder bij te schaven naar een echt participatief stelsel?

Vakbonden

Dat vergt minder terughoudendheid van onze vakbonden. Natuurlijk staat niet elke werknemer er even hard om te springen. Daarom moet participatie een vrijwillige keuze blijven. Men kan mensen ook niet dwingen alle eieren in dezelfde mand te leggen. Maar wat is er tegen de idee om in een geest van samenhorigheid te streven naar een gemeenschappelijk doel? Op internationale fora laten werknemersorganisaties in elk geval heel andere geluiden horen.

Ook de Europese Commissie schuift participatie naar voren als een belangrijke opstap naar een creatiever en innovatiever ondernemerschap. Bezwaren tegen een werknemersparticipatie in de winst, de aandelen en het beleid van een onder- neming vallen hoe langer hoe minder te rijmen met een vooruitstrevende visie op kennisintensief ondernemerschap.

Participatie is geen wondermiddel, maar werknemers met een beetje meer eigenaarsmentaliteit doen de concurrentiekracht van onze economie zeker geen kwaad.

Copyright © 2015 Mediafin. Alle rechten voorbehouden