Farmanationalisme bloeit als nooit tevoren

Auteur: 
Hans Diels

Opinie van Hans Diels (De Tijd, 6 mei 2021)

De Italiaanse regering praat met farmabedrijven om in Italië productiecapaciteit te creëren voor mRNA-vaccins. In de Verenigde Staten zette Operation Warp Speed al heel vroeg in op het uitbreiden van farmaceutische productiecapaciteit. Er werd 10 miljard dollar voor uitgetrokken. In India vroeg het Serum Institute, de grootste vaccinproducent in de wereld, 400 miljoen dollar overheidssteun om zijn productiecapaciteit van het AstraZeneca-vaccin te verhogen. Wereldwijd proberen landen productiecapaciteit voor vaccins binnen hun landsgrenzen te krijgen. Ze zijn bereid de producenten daar veel steun voor te geven.


Vroeger was de vestigingskeuze van farmaceutische bedrijven gebaseerd op een permanente zoektocht naar een optimale toeleveringsketen. Locaties werden gekozen wegens de aanwezigheid van een goed ecosysteem van andere farmabedrijven, hoopgeleide werknemers, een vriendelijk belastingsysteem, een degelijke bescherming van intellectuele eigendomsrechten. Die logica speelde landen ook al tegen elkaar uit. Ze streden met elkaar om de beste businesscase te maken voor een nieuwe investering. Overheidssteun in de vorm van lage belastingen, innovatiesteun en vele andere maatregelen was toen al belangrijk om de interne competitie te winnen.

Die overheidssteun kwam er omdat farmaceutische bedrijven enorm veel investeren in onderzoek en ontwikkeling en veel goedbetaalde jobs opleveren voor hoogopgeleide werknemers. Het vaccinnationalisme heeft de inzet van de competitie echter veel belangrijker gemaakt. De productie van vaccins in eigen land betekent niet alleen mooie jobs voor je bevolking, maar biedt ook controle over wat met die vaccins gebeurt. Worden ze eerst aan de eigen bevolking gegeven of worden ze geëxporteerd? Het heeft een impact op de volksgezondheid, op de snelheid van het economisch herstel.

Geopolitieke impact

De strijd tussen landen om farmaceutische productie op het eigen grondgebied te verwerven wordt intenser. En dat geeft farmaceutische bedrijven veel meer macht wanneer ze onderhandelen met nationale regeringen. Ze zullen veel gemakkelijker staatssteun ontvangen, een vriendelijker regulerend kader krijgen en investeringssteun. Landen zullen tegen elkaar opbieden om de productie op hun eigen grondgebied te krijgen.

Het farmaceutisch nationalisme verdwijnt niet, ook niet na de pandemie. Het belandt op een langer wordende lijst van sectoren waar economische keuzes niet meer los kunnen gezien worden van hun geopolitieke impact. De technologiesector wordt al heel sterk beknot door de strijd tussen de VS en China om technologische suprematie. Vorig jaar blokkeerde Japan nog de export van chemicaliën naar Zuid-Korea omwille van een politieke discussie. En China gebruikte haar dominantie over zeldzame aardmetalen al om politiek gelijk te krijgen.

"De tijd dat toeleveringsketens alleen volgens een efficiëntielogica werden konden, is voorbij."

Zowel bedrijven als overheden zullen bewuster moeten zijn van de geopolitieke impact van hun beslissingen. De tijd dat toeleveringsketens alleen volgens een efficiëntielogica werden, is voorbij. Bovendien zal de interactie tussen overheden en grote bedrijven veranderen. In sommige sectoren kan dat ertoe leiden dat de handelsvrijheid van bedrijven beperkt wordt, in andere - zoals de farmaceutische - kan ze nieuwe mogelijkheden scheppen.

België moet daar tijdig op focussen als het de farmasector als een van de speerpunten van zijn economie wil behouden.