De universiteit van de toekomst

Auteur: 
Hans Diels

Opinie van Hans Diels

De voorbije twee jaar veroorzaakte de corona-epidemie een schokgolf door het hogere onderwijslandschap. Plots moesten universiteiten over heel de wereld zich omschakelen tot digitale onderwijsverstrekkers. Proffen gaven les vanuit hun living en studenten volgden les in hun slaapkamer. De digitalisering van het onderwijs kreeg hiermee op korte termijn een onwaarschijnlijke boost. Op lange termijn zullen de gevolgen nog drastischer zijn. De coronaschok kan wel eens het begin zijn van een copernicaanse omwenteling in het universitaire landschap.

Onlineonderwijs is al langer aan populariteit aan het winnen. MOOCS, grootschalige onlinecursussen, zijn steeds meer in trek bij mensen die op hun eigen ritme iets willen bijstuderen en almaar meer topuniversiteiten bieden een deel van hun vakken aan via platformen als Coursera, Udacity en edX. Maar de certificaten die je daar kan behalen, worden vaak nog als minderwaardig beschouwd in vergelijking met de opleidingen die je live op de campus volgt. Nu topuniversiteiten als Harvard en MIT soms een heel jaar digitaal moesten lesgeven, wordt het argument dat je live les moet volgen om een volwaardig diploma te kunnen krijgen, verder afgezwakt.

Vier evoluties

De corona-epidemie heeft vier grote evoluties in het hoger onderwijs versneld of op zijn minst duidelijk zichtbaar gemaakt.

  • Ten eerste worden onlineopleidingen steeds kwalitatiever. Daar waar onlinelessen vroeger werden opgenomen in een aula waar effectief les werd gegeven met een navenante audio- en beeldkwaliteit als gevolg, zijn de betere onlineopleidingen vaak veel meer dan een professor met een zoomaccount. Ze bestaan uit allerlei mooi opgenomen, korte filmpjes die afgewisseld worden met oefeningen en ander studiemateriaal.
  • Ten tweede zorgde de digitalisering van opleidingen ervoor dat plaatsonafhankelijk studeren mogelijk werd. Studenten die geen lessen kregen op de campus, trokken zich vaak terug in hun ouderlijk huis en buitenlandse studenten konden vanuit hun thuisland hun opleiding volgen. MOOCS worden al langer gevolgd door studenten van over heel de wereld.
  • Ten derde creëren onlineopleidingen steeds meer mogelijkheden om ook tijdsonafhankelijk te studeren. Dat zorgt ervoor dat studenten kunnen studeren wanneer ze dat wensen, dat ze op hun eigen tempo een opleiding kunnen afwerken. Iemand die in een drukkere levensfase zit, kan een opleiding wat trager afwerken. Maar evengoed worden snellere studenten niet meer tegengehouden door een rigide jaarindeling waarbij een vak altijd een semester duurt en slechts kan verdergezet worden op een vooraf vastgelegd tempo.
  • Tot slot wordt het voor studenten nog meer mogelijk om hun eigen pakket samen te stellen met opleidingen van over heel de wereld. Je kan zonder te moeten reizen cursussen volgen bij topproffen in China, de VS en Europa.

Tekortkomingen

Uiteraard is het niet allemaal rozengeur en maneschijn. Ook dat heeft de coronaschok duidelijk gemaakt. Studenten missen de interactie met professoren en medestudenten. Bepaalde vakken, zoals seminaries en labo's, kunnen veel moeilijker online gegeven worden. En de vrijheid om tijdsonafhankelijk te werken zorgt ervoor dat er veel meer discipline nodig is om een opleiding binnen een redelijke termijn te voltooien.

Iedereen een Harvard-prof

Om zich voor te bereiden op de toekomst zullen universiteiten een perspectief-switch moeten maken. Pure informatieoverdracht kan vaak veel beter digitaal georganiseerd worden. En op zich is het niet nodig dat elke universiteit voor elk vak een eigen digitale cursus opzet. Universiteiten kunnen samen investeren in goed ontwikkelde digitale cursussen voor die vakken die grotendeels gelijklopend zijn. Die vakken kunnen dan gegeven worden door die proffen die top zijn in hun vakgebied en die ook geweldig kunnen lesgeven. Universiteiten zouden bij elkaar digitale opleidingen kunnen kopen in plaats van ze allemaal zelf te gaan ontwikkelen.

Iedereen Oxford

Wanneer universiteiten samen opleidingen gaan aanbieden, wordt er bij de proffen die bepaalde hoorcolleges niet meer moeten geven, ruimte gecreëerd om andere dingen te doen. Zij zouden dan kunnen inzetten op het uitdiepen van stof uit de digitale hoorcolleges in kleinere groepen. Zo kunnen proffen meer gaan lesgeven zoals in Oxford, waar de kern van het onderwijs bestaat uit intensieve sessies in zeer kleine groepen. De combinatie van digitale cursussen met focus op informatieoverdracht en kleinschalige sessies gericht op verdieping, kritisch denken en creatief aan de slag gaan met de leerstof, haalt het beste uit on- en offlineonderwijs.

Weg met het academiejaar

Wanneer een groot deel van de lessen online wordt gegeven of in kleine groepen, kan er ook veel meer gediversifieerd worden naar de studenten toe. Sommigen zullen sneller informatie kunnen verwerken en sneller vooruitgaan dan anderen. Studenten die om een of andere reden minder tijd hebben, zullen hun opleiding ook op een trager tempo kunnen voltooien. De rigide structuur van het academiejaar kan zo verlaten worden.

“Universiteiten zullen zich moeten losmaken van hun eigen aanbod en hun rol in dat nieuwe ecosysteem zoeken door samen te werken met andere universiteiten, hun vakken over te nemen, samen platformen op te richten…”

Universiteit 2040

Binnen twintig jaar zullen universiteiten er helemaal anders uitzien. Hoe alles zal lopen is nog niet duidelijk, maar een aantal zaken wordt stilaan zichtbaar. De universiteit zal dan niet meer een unitair instituut zijn waar een student zich inschrijft en dan vijf jaar lang alle cursussen volgt. De universiteit van 2040 zal zich moeten inpassen in een heel nieuw ecosysteem van hoger onderwijs. Binnen dat ecosysteem zullen er verschillende rollen zijn.

Sommige universiteiten zullen focussen op het leveren van digitale opleidingen. Hiervoor zullen super-star professoren met wereldwijde faam worden aangetrokken. Andere universiteiten kunnen inzetten op het aanbieden van intense kleinschalige begeleiding van studenten, complementair aan de digitale cursussen. Andere kunnen de platformen ontwikkelen waarop studenten en opleidingen samengebracht worden. Studenten zullen daar dan vakken kunnen selecteren van verschillende universiteiten en het platform zorgt ervoor dat er een correct diploma wordt uitgereikt aan de student nadat hij een bepaalde selectie van vakken heeft gevolgd.

Universiteiten zullen zich dus moeten gaan losmaken van hun eigen aanbod en hun rol in dat nieuwe ecosysteem zoeken door samen te werken met andere universiteiten, hun vakken over te nemen, samen platformen op te richten… Zo zal het onderwijs aan de universiteit misschien meer worden wat het onderzoek al is: een groot ecosysteem van onderzoekers over heel de wereld die soms samenwerken en op andere momenten in competitie treden met elkaar.