De nieuwe klimaatpolitiek

Auteur: 
Hans Diels

Opinie van Hans Diels

Recent veroordeelde een Nederlandse rechtbank de oliegroep Shell tot het reduceren van zijn CO2-uitstoot met 45% tegen 2030 (in vergelijking met 2019). Volgens de indieners van de klacht, verschillende Nederlandse milieuorganisaties, is Shells strategie niet in lijn met het klimaatakkoord van Parijs van 2015. Dat is op zich een vreemde uitspraak, want ten eerste is het klimaatakkoord van Parijs niet bindend in het resultaat. Landen zijn alleen verplicht om nationale doelstellingen uit te zetten, maar er is geen verplichting over hoe hoog die moeten zijn. Ten tweede is het akkoord van Parijs gesloten tussen landen en is Shell dus helemaal geen betrokken partij bij dat akkoord.

Deze nieuwe uitspraak is de jongste in een hele reeks rechtspraak rond het klimaat. Eerder sprak het Nederlandse gerecht zich in de Urgenda-zaak ook al uit tegen de te beperkte doelstellingen van de Nederlandse overheid. Het Duits Grondwettelijk Hof deed hetzelfde door te stellen dat de lasten voor de reductie van CO2 te veel bij de toekomstige generaties werden gelegd. Ook in Ierland en Frankrijk waren er al gelijkaardige zaken die aangeven hoe de klimaatpolitiek meer en meer gejudicialiseerd wordt en in handen komt van niet-politici.

Nieuwe actoren

Naast burgers en rechters zijn er steeds meer andere actoren die relevant worden in de klimaatpolitiek. Zo neemt de druk op centrale banken toe om actie te ondernemen om het klimaat te redden. Anne Richards, de CEO van Fidelity International, argumenteerde dat de centrale banken kwantitatieve versoepeling zouden moeten gebruiken om groene financiering goedkoper te maken en in hun rol als macroprudentieel toezichthouder extra kapitaalvereisten moeten opleggen voor activiteiten die uitstoot veroorzaken.

De toegenomen risico’s door klimaatverandering worden ook steeds vaker meegenomen als financiële risico’s. Een recente uitvoerende beslissing van de Biden-administratie verplicht een reeks bedrijven om hun klimaatrisico’s openbaar te maken. Ook de Europese Commissie is bezig haar regels voor ‘non-financial disclosure’ te herzien om klimaatrapportering uit te breiden. Het Verenigd Koninkrijk kondigde aan dat het voor bepaalde bedrijven vanaf 2025 verplicht zou zijn om klimaatrisico’s in hun jaarrapporten mee te geven.

"De toegenomen risico’s door klimaatverandering worden steeds vaker meegenomen als financiële risico’s."

Maar we zien ook steeds meer privébedrijven die hierop inzetten. Zo stelde Larry Fink, de CEO van hedgefonds manager Blackrock, in een brief aan zijn aandeelhouders dat bedrijven mee de standaarden hiervoor moesten opstellen. Ook verzekeraars worden sceptischer tegen klimaatonvriendelijke projecten. Heel wat verzekeraars weigeren nog koolcentrales te verzekeren en steeds meer keren ze zich af van de volledige fossiele energiesector.

Ook aandeelhouders worden activistischer rond het klimaat. Zo voert Engine No. 1, een activistisch hedgefonds, een campagne bij de oliereus ExxonMobil om een nieuw plan te maken dat de “energietransitie versnelt in plaats van uitstelt”. Zes van de tien grootste aandeelhouders van Shell doen hetzelfde.

Een virtueuze cirkel

Al deze nieuwe actoren spelen een belangrijke rol in het creëren van een nieuw klimaat rond het klimaat. Hoewel de politieke actie soms nog uitblijft, worden bedrijven onder druk gezet om niet langer te wachten op nieuwe regulering. Als hun aandeelhouders en klanten dat eisen, wanneer hun financiering duurder wordt wanneer ze zich minder goed kunnen verzekeren… dan neemt de druk stelselmatig toe om de CO2-uitstoot te gaan verminderen. Op deze manier zetten de bedrijven dan druk op hun concurrenten om dat ook te doen en zullen ze hun toeleveranciers vragen om gelijkaardige inspanningen te doen. Zo komen we in een virtueuze cirkel terecht waarbij klimaatvriendelijke productie de standaard wordt en afwijkingen daarvan op alle mogelijke manieren zullen worden afgestraft.

“Hoewel de politieke actie soms nog uitblijft, worden bedrijven onder druk gezet om niet langer te wachten op nieuwe regulering.”

Aangezien het voor politici die om de vier of vijf jaar herverkozen moeten worden per definitie moeilijk is om op lange termijn te denken, is het eigenlijk niet zo vreemd dat andere actoren het heft in handen nemen om de grootste langetermijnuitdaging van dit moment aan te pakken.