De kortste weg van boer naar bord

Auteur: 
Jo Cobbaut

De korte keten beperkt het aantal schakels tussen producent en consument, zodat het voedsel rechtstreeks van op het veld op het bord terechtkomt. Heel wat initiatieven doken de voorbije jaren op, maar het marktaandeel blijft voorlopig stabiel.

Rechtstreeks van het veld op het bord, dat is kort samengevat het concept van de korte keten. De producent verkoopt rechtstreeks aan de consument, zonder tussenhandelaars of veilingen. De korte keten is helemaal geen nieuw fenomeen. Ten tijde van onze grootouders haalden mensen al rechtstreeks de melk van bij de boer. Maar ook vandaag produceren landbouwers zeer bewust en bijna uitsluitend voor de lokale markt en de lokale consument.


Steeds meer boeren kiezen de korte keten als hun uniek verdienmodel. Terecht, vindt Daniël Cromphout, business development manager land- en tuinbouw bij KBC Ondernemen. “Door bewust kleinschalig te blijven en zelf de totale keten te dekken, zijn ze verantwoordelijk voor de eindprijs.”

Hoewel de korte keten niet nieuw is, heeft het model de voorbije jaren toch aan populariteit gewonnen. Daniël Cromphout ziet twee redenen. “Door de groei van de kapitaalintensiteit van de klassieke landbouw moeten boeren een bepaalde schaal bereiken om zo efficiënt mogelijk te produceren. Een aantal ondernemers willen die investering niet doen en gaan een andere weg uit.” Daarnaast ziet hij ook een maatschappelijke tendens. Hij ziet duidelijk een grotere vraag van consumenten naar producten met een duurzaam imago, lokale productie, biogroenten of van kleinere land-bouwbedrijven.

Goede verkoper

Er duiken tal van succesverhalen op waarbij de producent zijn product rechtstreeks aan de consument verkoopt. Centraal hierbij is de kwaliteit van het product, of het nu om aardbeien, aardappelen, vlees of kaas gaat. “Maar dat is niet voldoende”, legt Cromphout uit. “Natuurlijk moet je uitstekende producten hebben, maar het succes staat of valt met de ondernemer aan het roer van het bedrijf. Het is niet omdat je een goede technische landbouwer bent dat je ook een goede verkoper bent. Het is een fout die soms wordt gemaakt. Je hebt een ondernemer nodig die een concept vindt dat aansluit. En dat kan heel eenvoudig zijn, bijvoorbeeld een zaak die aardbeien verkoopt op de hoek van de straat. Het verhaal werkt omdat de ligging goed is, de prijs-kwaliteitverhouding goed zit en de ondernemer vriendelijk is.”

“Heel wat projecten in Vlaanderen en Brussel zijn bijzonder veelbelovend, maar een goede vermarkting blijft essentieel.”

Ook vanuit steden ontstaan heel wat mooie projecten van korte keten. “Maar die moeten wel nog bewijzen dat ze op lange termijn duurzaam zijn, zeker op economisch vlak. Kopjezwam in Brugge (oesterzwammen) en Microflavours in Brussel (microgroenten) zijn net die experimentele fase ontgroeid en zijn bezig met het opschalen.”