“De kortere werkweek leidt tot meer welzijn”

Auteur: 
Jo Cobbaut

Femma verminderde het aantal uren van haar werknemers van 36 naar 30. Dat nieuwe voltijds bleek heel wat voordelen te hebben, zo vertelt Riet Ory in Ondernemen.

Femma vertrok vanuit de vaststelling dat de combinatie van zorg, werk en vrije tijd een wankele evenwichtsoefening is, waar veel mensen onder lijden. De vrouwenorganisatie denkt al langer na over een maatschappij waarbij de drie uitdagingen in balans zijn voor alle werknemers.

Riet Ory is adjunct-directeur bij Femma en weet uit onderzoek dat vrouwen minder combinatiegemak hebben: “We willen dat iedereen tot een goede werk-privébalans komt, ook mannen. Daarom besloten we tot een actieonderzoek. We stapten over naar een 6 uur kortere werkweek, met behoud van loon. We zien de kortere werkweek als een mogelijke hefboom voor gendergelijkheid en een evenwichtige verdeling van betaalde en onbetaalde arbeid.”

Femma liet zich inspireren door Zweden, Frankrijk en Duitsland, alvorens in België zelf de pionier van de voltijdse 30 urenweek te worden.

Organisatie aanpassen

Reeds in 2012 voerde Femma plaats- en tijdongebonden werken in, geïnspireerd door o.a. Frank Van Massenhove. Daardoor verminderde het controleaspect en werd meer gefocust op resultaat. Riet Ory: “Controleren waar en wanneer mensen werken zit niet meer in onze cultuur. We kijken naar de resultaten.”

“We hebben onze medewerkers niet zomaar minder laten werken. We zetten ook in op vervangende tewerkstelling.”

Voor de opstart van het nieuwe voltijds werd aan de arbeidsorganisatie gesleuteld. Onder begeleiding van Workitects werden de arbeidsprocessen herbekeken. De structuur werd vlakker en er werd verder gewerkt aan een cultuur die gestoeld is op eigenaarschap, vrijheid en vertrouwen. “De efficiëntie die we bereikten, werd deels vertaald in minder werken”, weet de adjunct-directeur: “We hebben ook ingezet op vervangende tewerkstelling en zorgden voor de vervanging van 70% van de minder gewerkte uren. We spraken met de nieuwe teams af om tijdelijk aan te werven of een beroep te doen op externe dienstverleners om de minder gewerkte uren te compenseren.”